De eerste echte vermelding van de Oostmolen dateert van 1488 (eerste vermelding van een windmolen in Gistel omstreeks 1293). Het is namelijk op 31 januari van dat jaar dat de molen door de bezettingstroepen van Maximiliaan van Oostenrijk in brand werd gestoken.

De molen werd terug heropgebouwd en was samen met de Westmolen lange tijd een banmolen waarbij de mensen uit de heerlijkheid Gistel verplicht waren om hun graan te laten malen op de molen van de heer. Op oude kaarten (16de eeuw) van Pieter Pourbus en Jacob Van Deventer werden ze heel duidelijk weergegeven als typische houten staakmolens op teerlingen.

Tijdens het beleg van Oostende (1601-1604) werden beide molens opnieuw verwoest en in 1609 opnieuw heropgebouwd door hun toenmalige eigenaar, de Italiaanse familie Affaitati.

De Westmolen was groter en ruimer van stuk dan z’n kleinere broer, de Oostmolen, vandaar dat men in de volksmond sprak over “den Grooten en de cleynen meulen”

Na enkele eigendomwissels vroeg toenmalig eigenaar Petrus Ghyssels in 1841 aan molenbouwer Karel Peel om de bakstenen teerlingen te vervangen door een torenkot met een olieslaginrichting. Vandaag de dag is de Oostmolen de enige nog compleet werkende torenkotmolen met dubbele functie: graan malen én olieslaan!

Brand in 1977

In 1907 verkocht Charles Louis Ghysels zijn molen aan Alfred Ronse. Die voert tal van verbeteringen uit en laat in 1933 de molen voorzien van het stroomlijnsysteem Dekker. Om de harde concurrentie het hoofd te bieden werd er naast de molen ook een mechanische maalderij geplaatst. Uiteindelijk tevergeefs want het tijdperk van de klassieke windmolen lijkt voorbij. Toch maalt de molen nog sporadisch tot in 1958 met de molenaars Emiel en Oscar Vanhevel maar uiteindelijk raakt hij toch in verval en brandt op 12 september 1977 volledig af!

Ondertussen was de molen al sinds 1973 eigendom van Stad Gistel die de molen tussen 1980 en 1983 volledig liet heropbouwen door de molenbouwers Herman en Guido Peel (nazaten van Karel Peel). Met vrijwillig stadsmolenaar Juul Vanhevel (zoon en kleinzoon van de vorige generatie) is de molen vele jaren in goeie handen. Hoogtepunt uit die periode is ongetwijfeld het bezoek van Koningin Fabiola in 1986.

Na een wiekbreuk in 1999 stond de molen zo’n 8 jaar stil. In 2006-2007 werd hij na heel wat discussie dan toch opnieuw gerestaureerd door de Nederlandse molenbouwers Adriaens die een metalen wiekenkruis en een zogenaamd "Van Bussel" stroomlijnsysteem plaatsten . Samen met een nieuwe generatie molenaars kan de Oostmolen weer heel wat jaren draaien, malen en stampen en vormt hij een levendig monument binnen de Stad Gistel.

Copyright Gistelsemolens.be